Documentaire ‘Doof Kind’

De documentaire Doof Kind (2017) is een ode van horende vader Alex de Ronde aan zijn dove zoon Tobias. Tussen de regels door is het ook een ode aan Helene, de moeder van Tobias, die overleed toen hij zes was en aan wie de film is opgedragen.

Doof Kind verweeft heden en verleden, en blikt terug op de beslissingen die het gezin nam toen bleek dat Tobias, geboren in 1989, doof was – Nederlandse Gebarentaal (NGT) de thuistaal maken, Tobias naar een tweetalige dovenschool laten gaan in het verre Groningen. Beslissingen die nu, meer dan 20 jaar later, door heel wat mensen als “moedig” zouden omschreven worden en dat ook effectief zijn, maar die in de film voorgesteld worden als vanzelfsprekende keuzes.

Voor mij persoonlijk heeft de film een speciale betekenis omdat ik zelf doof ben en opgegroeid in een horende familie. Een warme familie die mij alle kansen gaf, net zoals die van Tobias, maar wel één waar niet gebaard werd (en wordt). Dat heeft niet te maken met onwil van mijn familie maar wel met een aantal omstandigheden waardoor thuis gebaren er nooit van gekomen is (waaronder het feit dat medische professionals het niet nodig vonden mij of mijn ouders te informeren over het belang van gebarentaal of het bestaan van bvb. dovenclubs). Ik vond het dan ook mooi om te zien hoe natuurlijk vader en zoon (en de horende broer Joachim) met elkaar communiceren in NGT, hoe belangrijk gebarentaal en respect voor de dove identiteit van Tobias is voor de relaties binnen het gezin, zonder dat de film een polariserend pamflet wordt.

Het belang maar ook de vanzelfsprekendheid van gebarentaal in het gezin uit zich in kleine en grote dingen. Op een bepaald moment zien we een home video van de kleine Tobias en zijn vader die in een treintje zitten in een pretpark. Tobias hangt met zijn armen naar buiten, waarop zijn vader zegt dat dat niet mag. “Wie zegt dat?”, vraag Tobias. “Een stem die ik hoor hier in het treintje”, antwoordt vader de Ronde, “je mag je armen en benen niet naar buiten steken.” Waarna hij er heel spontaan, en humoristisch, aan toevoegt, “en je mag ook niet roken trouwens, vind ik jammer”. Er is objectief gezien geen enkele reden om dat laatste mee te geven aan een klein kind, maar het feit dat vader de Ronde dat doet, toont aan hoe hij die communicatie met zijn zoon, in NGT, ervaart. En hoe natuurlijk die communicatie voor hem is.

Maar het zit ‘m ook in de grote dingen. Op een bepaald moment zien we de kleine Tobias in NGT vertellen dat zijn mama overleden is, dat ze “beestjes in haar borst had, en daarna in haar hoofd” en dat dat zo’n pijn deed. Vader de Ronde beschrijft hoe belangrijk gebarentaal geweest is om Tobias het hele ziekteproces, de begrafenis en de verwerking erna te doen begrijpen, en door te komen.

Het is belangrijk om de film te plaatsen in een bepaald tijdskader: Tobias groeide op in de jaren ’90, door dove mensen in Nederland soms beschreven als de “Gouden Tijd”. In die periode spraken de Nederlandse dovenscholen met de overheid af om tweetalig onderwijs uit te bouwen. Er was een groep mondige horende ouders die mee op de barricades stond voor onderwijs in NGT. Tobias beschrijft in de film hoe hij er op zijn 12de voor koos om naar een dovenschool te gaan in Groningen, niet naar een lokale reguliere school in Amsterdam. En hoe gelukkig hij nog steeds is met die keuze. In de film zien we hem zijn oude school bezoeken en in gesprek gaan met de leerlingen. Die hebben vrijwel allemaal een cochleair implantaat, en één jongen vertelt hoe hij eigenlijk naar een dovenschool zou willen gaan, maar van zijn ouders naar een ‘horende school’ moet. Dat toont hoe het tijdskader is veranderd, en de beslissingen die ouders van dove kinderen (moeten) maken, ook in Nederland.

In filmrecensies in mainstream media wordt Tobias vaak omschreven als “extravert”, een “meesterverteller”, een “geboren performer” met “elastische mimiek”, en een “olijk gezicht”. Die recensies werden duidelijk geschreven door journalisten die niet veel dove mensen kennen. Het is zeker waar dat Tobias, goed “pakt” op de camera zoals we dat in Vlaanderen zouden zeggen – hij heeft een bijzondere uitstraling en kan op een aanstekelijke manier vertellen, maar ik ken persoonlijk heel wat dove mensen zoals hij. En dat is precies waar het om draait: “doof is ook leuk”, zoals de mama van Tobias antwoordde toen hij als kind zei dat hij graag wou horen zoals de rest van zijn familie. Dat antwoord zegt alles. Nee, doof-zijn is niet elke dag rozengeur en maneschijn, maar het is wel een manier van zijn, met alles wat daarbij hoort, leuk en minder leuk. Bovenal is Doof Kind daaraan een ode.

Doof Kind is onder andere te zien in cinema Cartoon’s in Antwerpen, Sphinx in Gent en Flagey in Brussel. Van filmdistributeur Cinemien mag ik een gratis duo-ticket weggeven. Laat je naam achter hier in de comments, of in de comments op Facebook, en een onschuldige kinderhand zal op vrijdag 11 mei om 12u een naam trekken!

4 thoughts on “Documentaire ‘Doof Kind’

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s